woensdag 26 april 2017

De zoete klank van een journalist
voor zijn moordenaar van de dag
opent mijn ogen en zegt me --
dat het zo erg niet was,
dit nachtlawaai dat ons wakker hield
in een 'bel de politie'-farce zonder gevolg.

De bloemen zijn er nog, mijn ontsnapping
naar het bos liet sporen na
en weerstand vindt geen woorden
wanneer het sportnieuws over helden juicht
met mooie meisjes erbij, en een boeket
van winnende superlatieven.

Leven komt af en toe in het nieuws
wanneer het mensen wakker houdt.
Slapen doe je op de trein, naast een dichtgevouwen fiets
die straks de benen neemt, wanneer je uitstapt
in een donker station waar alles kan gebeuren,
behalve de moord die om het uur terugkeert

in het nieuws.

vrijdag 7 april 2017

donderdag 6 april 2017

Er komt wel weer een gedicht,
zeiden de woorden,
maar niet vanavond,
want je bent te nerveus
bezig er iets van te maken,
en wij geven niet thuis vanavond.

Ik sloeg mijn schriftje dicht
en keek door het raam: hippe meid,
een vaag gekrijs van meeuwen
en taal zoveel ik maar wilde,
in de gedaante van een vriend
die naast haar liep te zwijgen.
Er komt wel weer een vers,
een vers vol bibberende bloemen,
maar niet nu, beaamde de stilte.
Nu moet je even vrede nemen
met de zachte ontsnapping
uit een betekenis die er niet is.
En daar stond mijn gedicht,
ik schrok dat het er was.

woensdag 22 maart 2017


Liefdes zijn als sterren

die fonkelen tussen de wolken

van mijn zorgen. Hoor ze tikken

tegen het raam. Zonder mij

zijn ze verloren.

 

Liefdes doven, maar blijven achter

in een andere tijd. Ze kennen elkaar

niet,

de lichtjaren komen zich moeien

in mijn kosmos van herinnering.

 

Laat ik voor jou een plek zoeken.

Het is koud en het regent:

de nacht weet geen raad

met je glimlach

die eeuwig wil stralen.

 

Laat ik mijn leven

op temperatuur houden

en de warmtedood van het heelal

in jouw ogen uitlachen.

Want morgen ga ik je fluisteren

 

hoeveel ik van je houd

wanneer je verdwijnt

in de gloed van mijn dageraad,

de nieuwe morgen

van een gedicht.

dinsdag 7 maart 2017

zonder dat ze het weten 
staan de stokrozen klaar in mijn tuin
om mij een bedankje te improviseren 
voor de zorgen die hen een kans gaven

ze wachten nog even op wat zon
en warmere nachten
om op te scheppen met hun kleuren
bij een zintuig dat zoeven wakker werd

zodat ik blij kan zijn met de lente
die ons hierheen gebracht heeft
van zaad naar ontroerend leven
dat geen enkel idee heeft

waar het vandaan komt
voor wie het bedoeld is
hoe lang het zal duren

en waarom er winter is geweest

vrijdag 24 februari 2017

mijn leven is een fabriek
met gebroken ramen
waar jij soms schuilt bij mij
en wacht op het donker
om te walsen in de koude tocht

ik tel met vingers 
de woorden die blijven liggen
op je lippen
en leg mijn handen in je zij
opdat je ze later herinneren zou

er is geen lopende band meer,
geen verveling van elke dag opnieuw
tot we erbij neervielen, in de stad
die even eenzaam was als wij
toen we nog niet wisten

dat we gemaakt waren voor elkaar
door andere woorden, vingers
die dwaalden door de danszaal
van de leegte: onbeschreven blad

waar inkt van liefde dol op is

zondag 29 januari 2017

De trein staat stil. Het parket is ter plaatse.

Forenzen fantaseren over de natuur,
net kraaien op een door wind geplaagd strand.
Hoe ze zich voeden met bloed en ingewanden.

Lever, maag en longen: de knettergekke orde
die elke dag erger en erger wordt. Net oorlog.

Schermen met hun eenzaamheid, hun dorst,
met de heldinnen van James Bond, ginds buiten,
en alle onderdrukte erotiek, hier diep vanbinnen.

De evolutie is een gedicht. Kijk hoe God morst
met eeuwige herhaling van wil tot macht. 


En toch worden de moorden niet opgelost.